Bekentenissen van een sporthater

Sinds een aantal weken ga ik naar de sportschool. Je weet wel zo’n plek waar je liever niet bent maar omdat de vetrolletjes nu echt zichtbaar worden ga je er toch maar naar toe. Mijn sportschool heet Fit for Free. Het kost niets, maar je moet het dan ook allemaal helemaal zelf doen. Geen luxe personal trainers die een persoonlijk programma in elkaar draaien, televisie schermpjes op je apparaten of een hoekje waar je gratis drinken en verse sapjes kunt pakken. Nee deze sportschool is eigenlijk perfect. Je gaat erheen en je bent er zo snel mogelijk weer weg. Geen irritante trainers die aan je hoofd zeuren dat je de vooraf gestelde doelen nog niet behaald hebt of het gevaar dat je een half uurtje sport en daarna in de zithoek beland. Hoe dan ook, sinds een aantal weken ben ik dus aan het sporten. Een wonder want ik vind sporten echt helemaal niets aan. Stiekem haat ik het zelfs een beetje. Toen ik klein was kon je me al niet blij krijgen van sportspelletjes en later was gym nou ook niet bepaald mijn favoriete vak. (Sorry Mevrouw Papen, meneer Saulus, Hinderks & die ene kerel waarvan ik de naam ben vergeten, van de middelbare school, die rugklachten waren toch echt smoesjes). Het grootste obstakel van sporten is de weg ernaar toe. Liever zitten we ergens met een kop koffie of chocomelk te kletsen dan te zweten op allerlei vreemde apparaten. Maar we moeten. De vetrolletjes zijn hardnekkig en wanneer je zelfs al begint te hijgen als je twee trappen op moet lopen, dan weet je hoever het is. Je moet iets gaan doen. Een teamsport is niets. Tenminste niet voor mij. Ik ben niet goed in sport en behaal nooit een fatsoenlijk niveau waarmee ik mensen onder ogen durf te komen. En ik ben bang voor de bal. Het liefst blijf ik uit de buurt van die dingen. Ik kan niet vangen, ik kan niet gooien, dus als je wilt dat je team wint hou die bal dan uit mijn buurt. Dat is gewoon het beste voor ons allemaal uiteindelijk. Na een hele lijst sporten te hebben afstreept en afgewezen blijkt er vrij weinig over te blijven dan fitness. En daar zit je dan, met twee van je beste makkers (hai Anouk & Mike ik verwijs naar jullie.), elke dinsdag en donderdag op allerlei apparaten te zweten zonder echt te weten waar je het nou eigenlijk precies voor doet. Voor het schuldgevoel dat je conditie schandalig laag is of als excuus om ’s avonds na het sporten extra veel te eten. Ik ben er nog niet over uit.

Geen opmerkingen: